Zuidhorn vroeger

Zoeken

De Stroschuur

 

 

Personeel van de Stroschuur. Foto van voor 1923.Achterste rij van links naar recht: Roelf Kleiker, Arend Kleveringa, Meint Bousema, Reinder Overkamp, Meint Siersema, ?, Kornelis Veltrop en de bedrijfsleider Fokke van der Pers, met voor zich een van zijn dochtertjes Rommie of Trui. Voorste rij van links naar rechts: ?,Hendrik Hekkema, ? , ? , Wiilems-Lammert Pluister en zijn zoon Jan Pluister.

 

De stroschuur

Aan de thans geheten Hooiweg was indertijd gevestigd de N.V. Handelsonderneming v/h K. Smit. Het complex bestond uit drie enorm grote loodsen en een ketelhuis.

De handel in hooi en stro en de verwerking hiervan was wel het belangrijkste onderdeel. Het bedrijf werd in de wandel ''de stroschuur'' genoemd. De directeur K. Smit woonde aan de Gast in villa ''Arnichem''. Bedrijfsleider was de heer F. van der Pers. Het hooi en stro werd met eisten paarden en wagens uit de wijde omgeving van Zuidhorn opgehaald. Het hooi werd gehakseld met haksel- machines, welke werden aangedreven vanuit het ketelhuis, in balen verpakt en grotendeels per spoor uitgevoerd naar Duitsland. Het stro werd tot pakken geperst en voor het grootste gedeelte eveneens uitgevoerd naar Duitsland.

De rest ging naar de strokartonfabrieken o.a. naar de thans gesloopte strokartonfabriek ''Erika'' te Oostwold, waarin de N.V. financieel ook geïnteresseerd was. Riet werd er ook ge- en verkocht. Tot de werkzaamheden behoorden verder de aankoop en verwerking van vlas. Voerlieden waren in die tijd J. Ploeg. J . Spoelstra en H. Broeils.

Laatstgenoemde had twee muilezels voor zijn wagen, waarvan de ene meestal eerst ''startte'' na een pak slaag.

 

Weger was R. Kleiker en hooi- en strodekkers D. Noordhof en J. Cleveringa. De zorg voor de dekkleden was opgedragen aan K. Veltrop. Het per spoor te vervoeren hooi en stro werd afgedekt met dekkleden. De spoorwagens moesten zodanig geladen worden dat ze onder een door de spoorwegen geplaatste mal door konden. Veltrop had ook wel eens ''telefoonwacht''. Tot grote pret van zijn mede- arbeidcrs meldde hij zich dan als ''u spreekt met Knelis Veltrop, knecht van Knelis Smit meneer. Van lieverlee werden de paarden en wagens vervangen door vracht-auto's. De eerste auto was een 100-paks auto. Chauffeur van deze auto was R. Kleiker en bijrijder S. Ploeg. Het autopark werd opgevoerd tot vijf auto' s. leder met een capaciteit van 200 pakken . Voor het vlasbraken werden meestal sigarenmakers en tijdens de oorlog 1914/ 1918 gevluchte- of geinterneerde Belgen ingezet. (Over de sigarenmakers en de Belgen later meer). Na voornoemde oorlog was er een groot tekort aan persdraad (draad dat werd gebonden om de samengeperste balen hooi en stro).

Dit persdraad werd ook wel kramdraad genoemd. De N .V. kocht het gebruikte draad weer op van de strokarton- fabrieken en dit werd gedeponeerd op een terrein tegenover de ''stroschuur'' alsmede op een terrein te Brlltil, waar later de betonindustrie van de firma Nanninga was en thans PTT--gebouwen staan. Aan de hand van een foto waren deze ineen gestrengelde hopen draad zeker 2 à 3 meter hoog. Dit draad moest uit elkaar gehaald, rechtgetrokkcn en in bosjes gebonden worden. Men ontving voor een bos draad 3 cent per kilo. Hierbij werkten zowel mannen. vrouwen en jongens. Er kwamen uit Groningen dagelijks per trein zo'n 25 tot 40 personen naar Zuidhorn.

Het prikkeldraad werd teruggekocht van de strokartonfabrieken en gedeponeerd op een terrein aan de Hooiweg tegenover de stroschuur en op een terrein te Briltil, waar nu het PTT gebouw staat (nu in gebruik door Rossing)

 Er werd voor die tijd goed verdiend met het ''draadtrekken”. Een enkele kon komen tot 100 kilo per dag, maar dit waren uitzonderingen. Eén en ander volgens een 83-jarige vrouw en een 73-iarigc man. die toen resp. 22 en 12 jaar waren en meededen aan de ''draadtrekkerij'' . Voor een dorstige keel zorgde Jetse Holst met zijn soepenkar en voor een vrolijke noot Marten de Vries met zijn draaiorgel.

Draadtreksters Hooiweg 1914/1918 Staande links: Hendrikje van der Leest-Haitsma 22 jaar, rechts Anna de Wit-Boerema, 36 jaar, zittende links Geeske Hamstra en rechts Hendrikje Ploeg. Loon 3 cent per kilo rechtgetrokken draad. Ook in Briltil was zo'n draadtrekkerij, waar nu Van de Meij in Briltil zit.

Een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van dit bedrijf was wel de grote stroschuurbrand in april 1923.

Enkele dagen lang heeft het gehele dorp in angst verkeerd doordat de oostenwind brandende dotten hooi en stro over het dorp joeg. Bij het uitbreken van de brand bevondcn zich in de loodsen, behalve de werkpaarden, een groot aantal paarden voor de handel. Bij het redden van het grootste gedeelte van deze paarden speelden een drietal jongelui uit Zuidhorn een grote rol. Van deze ''jongelui'' (H . Kapma. G. de Wit en A. Meerte) kreeg ik een verslag Verder speelde de Groningse brandweer, welke te hulp was geroepen , een belangrijke rol . Hierover wist de 88-jarige A . Harmsen mij te vertellen , die toen als spuitgast deel uitmaakte van de Groningse brandweer.

 

Hierover gaat het volgende hoofdstuk.

 

 

Overgenomen uit het boek: "Herinneringen aan Zuidhorn" door de heer J. de Wit