Verhalen over Enumatil

Gereformeerde School

Dit dorp valt onder drie gemeenten n.l. Oldekerk, Zuidhorn en Leek en wel voor het overgrote deel onder Leek.

Vermoedelijk zal, in verband met een voorgenomen herindeling van gemeente, het gehele dorp in de toekomst gaan vallen onder de gemeente Leek Dit is naar mijn mening wel aanleiding om nog eens na te gaan hoe het gedeelte vallende onder de gemeente Zuidhorn er uitzag zo tussen de jaren 1900-1940 Onder de gemeente Zuidhorn vallen thans een negental huizen aan de westzijde van het Hoendiep (nu Molenpad 2 t/m 18), de percelen Dorpsstraat 18 t/m 26 (dit gedeelte werd tot voor enige jaren Provinciale weg genoemd) en een aantal huizen ten noorden van de Dorpsstraat 2 t/m 16, genoemd De Schans. Maar hoe zag dit er vroeger uit? In het gedeelte De Schans domineerden wel de korenmolen ”Ebenhaëzer” en de Geref . kerk.

Voor de bestaande molen ”Ebenhaëzer” was er een korenmolen gebouwd in 1834 welke in 1906 door brand werd verwoest. De toenmalige eigenaar K. Dijkstra, liet de molen weer herbouwen en deze werd in 1907 weer in werking gesteld. Bij de bouw van deze molen werden onderdelen gebruikt van een Dokkumer korenmolen. De eerste molen stond dichter bij het Hoendiep dan de tegenwoordige. Latere eigenaren/molenaars waren o.a. de gebroeders Jan en Willem Zorge, ene weduwe Ipema en Jan Albert Hummel. Hij was molenaar van 1950-1970. In 1964 werd de molen aangekocht door de gemeente Zuidhorn voor f 7.000.00. Er volgden een paar opknapbeurten maar in februari 1981 werd de molen flink aangepakt en in 1985 draaide ze weer onder leiding van enkele amateurmolenaars op zaterdagen en bij bepaalde gelegenheden.

Bij één van de reparaties werd nog een plank met opschrift gevonden, welke in bewaring is bij Gemeentewerken te Zuidhorn. Tot zover de molen.

De eerste Geref. kerk werd ingewijd op 7 maart 1847.

Voorganger was toen Ds. G. J. Raidt. Van 1920-1924 stond hier Ds. Joh. Koppe, die werd opgevolgd door Ds. H. H. Schoemaker (1925-1945), die na zijn emeritaat met zijn beiide zusters nog woonde in villa ”Arnichem” te Zuidhorn.

Reeds in de jaren 1853-1857 moest de kerk worden vergroot maar een grote ingrijpende Verbouwing vond plaats in 1923. De oude pastorie van 1847 werd in 1914 vervangen door een nieuwe. Kosten f 6.298.00

We gaan nu eerst naar de percelen aan het Hoendiep noordelijk van de brug. Pal naast de brug staat een wit huis, dat behoort tot de gemeente Leek, Dorpsstraat 2. Noordelijk hiervan het reeds vermelde negental huizen, thans nrs. 2 t/m 18′.Molenpad (dus twee nrs. 2 naast elkaar), waar vóór 1940 ,o.a. woonden de molenaar K Dijkstra en familie Antuma, nr. 4 D. Dijkstra en familie Hamming, nr. 6 de manufacturier Derk Norg (huis gebouwd plm. 1926), nr. 8 de gepensioneerde onderwijzer Gerritsma en de Gez. Aaltje en Berendina Hoolsema, nr. 10 familie Brandsma Nuis (gebouwd plm. 1935), nr. 12 de kleermaker Doeke Norg, nr. 14 ene S. Mosselaar, nr. 16 zijn zwager Reinder Poll, nr. 18 het vroegere molenhuis van de familie Hofman.

De bijbehorende oliemolen brandde af plm. 1900 en werd niet weer herbouwd. Enkele honderden meters noordelijker (juist tegenover daar waar de Zuiderweg weer bij het Hoendiep komt) stond de, inmiddels afgebroken, boerderij ”Kiek ien de pot” van de familie Antuma.

Eerdere bewoners waren de families Willem ter Veer, Kingma en Stol. De naam ” Kiek ien de pot” zou ontleend zijn aan het feit dat men via de staldeur en achterhuis  zo in de keuken kon kijken. Aangenomen mag worden dat alle deuren dan open hebben moeten staan, er geen deksel op de pot was en men over goede ogen moest beschikken’.

Enumatil, Hoendiep WZ: De gesloopte boerderij “Kiek in de Pot” indertijd genummerd Hoendiep Westzijde 30. Indertijd bewoond door de families ter Veer, Kingma en Stol en als laatste door de familie Antuma, van wie deze foto. H. Antuma was later garagehouder te Wirdum. Deze boerderij bestond in elk geval al in 1832, en stond langs het hoendiep richting zuidhorn, tegen over zuiderweg ze was toen eigendom van jannis willems dijk, landbouwer.

Rest nu nog een kleine verhoging. Was van mijn over groot vader die daar woonde.

 

Voor de percelen nrs. 2-18 lag een pad (nu een tegelpad) waarvan het recht van overgang nogal werd betwist.

Eerst kort geleden hebben al deze huizen een achteruitgang gekregen, welke langs de molen uitkomt op de Dorpsstraat.

 

 

 

De Schans

Hoe was de situatie toen en wat is hier van overgebleven?

Zoals reeds vermeld ligt dit gedeelte van Zuidhorn ten noorden van de Dorpsstraat. Vroeger liep er evenwijdig aan de Dorpsstraat een brede Sloot vanaf het Hoendiep en kon men met een schip dicht bij de molen komen. De huizen aan de Dorpsstraat hadden de afloop van hun wc’s (’t huuske) op deze sloot. Tussen de huizen (nu Dorpsstraat 14 en 16) werd een dam in de sloot gelegd om op De Schans te komen. De sloot is inmiddels al jaren gedempt en de dam is een straat geworden. Recht voor de straat uit staat het timmerman-aannemersbedrijf van de familie Jan Zetstra (nu nr. 8), oostelijk hiervan het huis van Pieter Veenstra (nu nr. 10) en van Anne Alkema en Grietje (nu er. 12). Tussen de huizen van Veenstra en Alkema liep nog een paadje naar het daarachter liggende perceel van de scheepsraden H. Kwint. Hij was min of meer een dorpstype.

Weer naast Alkema, haaks op het pad. stond een driekamerwoning, eigendom van de diaconie van de Herv. Gemeente. Hier woonden o.a. ene vrouw de Waard, die ventte met garen en band en ôlle Paiterke (weduwe Jac. Sloot). Zij was nog analfabeet. Voor de gezinnen van de driekamerbewoners was slechts één gemeenschappelijk ”huuske”. Achter de driekamerwoning stond nog een huis van de arbeider Hendrik Pelster en iets rechts daarvan een woning voor de molenaarsknecht.

Oostelijk van de driekamerwoning stond ook nog een oud huisje. dat het ”klimop-huisje” werd genoemd. Hier woonde Rieke Boerema. Aan de voet van de molen stond en staat nog de molenaarswoning (nu nr. 16) en dan natuurlijk de molen. De percelen van Kwint, Pelster, molenaarsknechtenwoning en dat van Rieke Boerema bestaan niet meer. De driekamerwoning is ook af te boeken.

Ze heeft nog als bergplaats gediend.

We gaan nu even terug naar het perceel van Zetstra. Westelijk hiervan ligt een vrij groot plein, met daarachter de school, welke inmiddels is vervangen door een nieuwe. De oude school fungeert nu als verenigingsgebouw en wordt ”Het Bolwerk” genoemd. In de noord-oosthoek van het plein stond vroeger nog een perceel waar Wiebe Saartjes woonde.

Een gedeelte van dit pand werd verhuurd aan de weduwe Raven. ’t Geheel is ook al afgebroken en vervangen door je een nieuw, waar nu de koster Jan Vening woont. Bij de voormalige school stond vroeger ook nog een driekamerwoning.

In het eerste gedeelte woonde de toenmalige koster Noordhuis , in het middelste gedeelte woonde ene Frans Noordhuis , terwijl het derde gedeelte diende als opslagplaats en stookgelegenheid van en voor kerkstoven.

Tot slot nog de tot Zuidhorn behorende percelen nu Dorpsstraat 18 t/m 26 (tot voor enkele jaren geleden Provinciale weg genoemd). Nr. 18 is de onderswijzerswoning, nrs. 20 en 22 de pastorie en kerk

In latere jaren liet de weduwe van Til het perceel nr. 26 bouwen. Ze verkocht het naderhand aan de veehouder Antuma, die er een veeschuur achter bouwde, terwijl zij zelf weer een huisje liet bouwen tussen Antuma en de pastorie (nr. 24). Vorenstaande gegevens werden mij verteld door aannemer Zetstra, geboren 17- 12- 1908 en de oud-molenaar Jan Albert Hummel met geboren 13-12-1907, thans wonende te Marum.

Van mej. Jetty Zetstra ontving ik nog een negental oude foto’s te gebruiken voor de Historische Kring Zuidhorn. Nog een anekdote: het verhaal gaat dat de grens tussen de gemeenten Leek en Zuidhorn dwars door de bedstee van het perceel (nu nr. 16) zou hebben gelopen, zodat het mogelijk zou zijn dat de man in de gemeente Leek sliep en de vrouw in de gemeente Zuidhorn. We zullen het verhaal maar laten voor wat het is.