De jaarwisseling

De jaarwisseling

Als de kerstdagen voorbij waren leefden de mensen toe naar de oudejaarsavond en de nieuwjaarsdag. Op de oudejaarsdag werden er in de meeste gezinnen oliebollen en appelflappen gebakken, maar de dag daarvoor waren vele huisvrouwen al bezig met het bakken van zgn ”Kniepertjes” en ”rolletjes”. Dit bakken gebeurde met een ”kniepertjesiezer” (nieuwjaarsijzer), dat gemaakt werd door een smid en vaak gegeven werd als huwelijkscadeau.

Dan werden meestal de voorletters van het bruidspaar erin gegrift, mèt het jaartal. Met het speciaal daarvoor benodigde beslag nam de vrouw dan plaats voor de kachel.

Het deurtje van de kolomkachel wijd open. Als er geen kolomkachel was. dan was er wel een ”hekjeskachel” of ”salamandertje”. De platen van het ”kniepertjesiezer” werden eerst goed verhit en aan de binnenkant ingesmeerd met een spekzwoerd. Dan een hoeveelheid beslag op één der platen. het ijzer werd dichtgeknepen en in het vuur gehouden totdat gemeend werd dat het ”kniepertje” klaar was. Ook werden de koeken wel als ze nog week waren, om een stokje opgerold en dit waren dan de zgn ”Rolletjes” (oblies). Als moeder aan het bakken was zat je er, als kind, met de neus bovenop. Het gebeurde wel eens dat een ”kniepertje” te donker of te licht uitgevallen was en deze mocht je van moeder dan opeten. Zo af en toe wipte ze ook wel eens een goeie oprij. Als er veel gebakken moest worden dan werd het ijzer zo heet dat de handen beschermd moesten worden met een vochtige doek. De oliebollen werden de oudejaarsdag meest gegeten en de ”kniepertjes” en ”rolletjes” waren hoofdzakelijk voor de nieuwjaarsgasten. Met de moderne apparatuur van tegenwoordig èn het kant-en-klaar kunnen kopen in de winkels is de sfeer van vroeger toch niet meer aanwezig.

Zoveel mogelijk lawaai

.De jeugd deed haar best om tussen kerst en nieuwjaar zoveel mogelijk lawaai te maken door middel van ”knapsleutels” en ”carbidbussen” Smid Poort was de specialist in het maken van ”knapsleutels” Ik moge hiervoor verwijzen naar blz. 43 van het historisch fotoboek van Zuidhorn ”Gisteren voor de lens” Dan de ”carbidbus’. In de tijd van de carbidfietslantaarns kon men het carbid kopen bij een smid/rijwielhersteller, per bus. Het was fijn geklopt in kleine stukjes en verpakt in een bus, van vorm en inhoud zoiets als tegenwoordig een liters blik verf. In de bodem van dat blik werd met een spijker een gaatje geslagen. Dan kwamen er in de bus een paar stukjes carbid, een paar ”kwakken” spuug erop, de deksel snel dicht (nog even met de voet aangetrapt, want dan was de knal heviger), de bus opzij gelegd, de voet erop en dan een brandende lucifer voor het gaatje aan de onderkant en dan sprong het deksel wel zo’n 15-20 meter weg met een harde knal. Een vrij gevaarlijk spel. Er waren toen ook wel  ‘rotjes” en “voetzoekers” te koop, maar die waren voor jongens met zakgeld. Ze waren te koop bij Geert Luth, die een winkel had op de hoek van de Jellemaweg/Brilweg, waar nu L. van Lune woont. Voorzover ik mij kan herinneren was dit ook de enige winkel waar je dat spul kon kopen. Een zeker jaar kwam Luth met iets nieuws op de proppen , n.1. een ”kanon” maar die kostte dan ook maar even een kwartje. Hoe kwam je aan een kwartje? Als jongens zochten wij dikwijls botten en oude metalen, die werden verkocht aan Ekke van der Noord in de Nieuw- straat. Daar lag de oplossing. De hele troep aan het zoeken en we kregen voor een kwartje rommel bijelkaar, zodat we een canon konden kopen , maar we waren toch wel een beetje huiverig voor dat ding – het simpele vuurwerk van vroeger is niet meer te vergelijken met het vuurwerk van tegenwoordig – de hedendaagse jeugd zou ons er om uitlachen. Wie durfde het vast te houden? Dan maar een strootje trekken. Bertus Koop werd de schlemiel. In al onze ijver, maar méér door spanning, hadden we niet gemerkt dat twee surveillerende marechaussees, per fiets, in aantocht waren. Toen een kreet kwam: ”marechausees” gooide Bertus zijn ”kanon” weg zonder te weten , uit welke richting ”het gevaar” dreigde. Laat dat ding nu uit elkaar barsten precies tussen de fietsen van de ma rechaussees in. maar voordat deze van de schrik bekomen waren, waren de daders verdwenen.

Oudejaarsslepen.

Later op de avond begon het oudejaarsslepen, maar de meeste inwoners hadden meestal uit voorzorg alles wat los en verplaatsbaar was al binnen gezet. maar er bleef altijd wel wat over. Hieromtrent bestaan sterke verhalen, die vaak overdreven zijn. Zoals de boerenwagen. die na demontage. weer boven op de nok van een bollenschuur in elkaar gezet werd. Eén geval wil ik noemen, waarmee de zuid-westhoek van het dorp de hele nieuwjaarsdag mee bezig is gehouden. Een stunt, uitgehaald door oudere jongens. Vroeger hadden de meeste huizen een houten pomp en regenbak buitenshuis. Wat werd er nu gedaan? Uit tientallen van die pompen werd de zuigerstang met zuiger gehaald en deze werden opgehangen aan het hek, dat toegang gaf tot het kerkhof aan de Jellemaweg. In die tijd was de toegang tot het kerkhof precies tegenover ”het Voshool” waar nu de ingang naar het jachtterrein is. Er lag toen tussen de weg en het kerkhof een gracht, waaraan zware iepenbomen en dan in het midden het hek.

Het was gewoonte om de morgen te beginnen met het putten van wat water voor de thee of koffie, maar dat ging die nieuwjaarsmorgen niet door, bij gebreke van  zuigerstang. Na vragen en zoeken werd de plaats van de zuigerstangen gevonden, maar wie weet hoe zijn zuigerstang er uitziet? De gehele buurt aan het passen.

Er werden soms 5 à 6 stuks tegelijk meegenomen om te passen. Het heeft tot laat in de namiddag geduurd voordat ieder zijn eigen – passende – stang terug had.

De nieuwjaarsmorgen ging je naar de familie om hen het nieuwjaar af te winnen. Het zogenaamde ”nieuwjaarslopen” werd toen al niet zoveel meer gedaan, althans niet in Zuidhorn. Er was in die tijd nog geen televisie en radio had een enkeling. De oudejaarsavond ging het gezin spelletjes doen onder het genot van oliebollen en chocolade. Er waren in die tijd ook maar weinig gezinnen, die het oudejaar uitzaten. Er waren toen geen Wim Kan of Toon Hermans om het oude en nieuwe jaar te overbruggen. Naar mijn mening waren vroeger Kerst en Nieuwjaar gezelliger en sfeervoller dagen dan tegenwoordig.