Een koninklijke overnachting

Een Koninklijke overnachting

Het zal in het jaar 1912-1913 geweest zijn dat H.M. Koningin Wilhelmina een bezoek bracht aan de provincie Groningen voor meer dan één dag. Ze reisde met de koninklijke trein, waarin ze ook overnachtte. Eé van die overnachtingen in de trein vond plaats in Zuidhorn. De tein kwam te staan tussen twee spoorwegovergangen

en wel :

a:  De overweg welke lag in het verlengde van Boltslaan en toegang gaf tot de boerderij van de gebroeders de Tillema en de ”stroschuur” van Knelis Smit (deze overweg is thans vervallen) en

b: de overweg welke leidde van de boerderij van Job Melissen naar diens landerijen aan de oostzijde van de spoorbaan. Deze overweg is er nog, evenals de witte boerderij (thans bewoond door de familie 0. Scheeringa) nu genummerd Julianalaan 2a.

In het kort, dat gedeelte van de spoorlijn dat nu achter gebouw van de Rijkspolitie ligt. (nu dierenartsenpraktijk) Dit was natuurlijk een gebeurtenis voor Zuidhorn en het gehele dorp liep uit om de koninklijke trein te zien vanaf de Hoofdstraat- de Gast. Bij de trein komen was natuurlijk geen sprake van.

Deze werd zwaar bewaakt door de Koninklijke Marechaussee , in vol tenue, onder commando van Alva, achter welke naam die Van Opperwachtmeester Bos schuil ging.

Mijn ouders vertelden dat zij ook waren gaan kijken.

Maar hoe was die trein nu te zien vanaf de Hoofdstraat, kan men zich thans afvragen. In de jaren 1912-1913 bestonden de Burg. de Vrieslaan, Wilhelminalaan en Julianalaan nog niet, evenmin als het thans afgedankte witte belastinggebouw, het hoekhuis ”Linea Recta” aan de Hoofdstraat en de drie witte percelen de Gast nrs. 1-3-5.

Waar nu genoemde straten en huizen liggen, resp. staan was alles groenland, zodat men de trein kon zien staan over het groenland heen. Ik heb de situatie, zoals nu weergegeven, nog gekend. Als men in oostelijke richting keek was in de ”verte” alleen voornoemde witte boerderij te zien in de noord-oosthoek van het land, dicht bij de spoorbaan, een kippenschuurtje, hetwelk evenals het land, in gebruik was bij Jans Nanninga. Tussen de spoorbaan en naast liggende spoorsloot was nogal wat beboste ruimte en om zijn scharrelkippen wat meer ”scharrelruimte” te geven had Nanninga een plankt(je) over de spoorsloot gelegd. De jeugd zou de jeugd niet geweest zijn als zij geen poging zou hebben gedaan om dichter bij de trein te komen. Noordelijk van het groenland stond en staat nog het perceel, nu de Gast nr. 7, indertijd bewoond door de Klaas Homan, die de houtzaagmolen te Briltil had geexploiteerd. Achter deze villa lag een grote tuin en hierop aansluitend de, door een beukenheg omgeven, tuin van de familie Bolt (nu Wilhelminalaan 26). Tot die jeugd hoorden o.a. ook de thans nog in Zuidhorn wonende Hendrik van der Molen en Renze Hamstra (inmiddels overleden).

Van hen het volgende verhaal:

We kropen door de onderwal van de sloot en de tuinen van Homan en Bolt en bereikten zo de spoorsloot. We wisten van het bestaan de ”piekeplank” en er was ook een niet te hoog gespannen prikkeldraad. Via de plank bereikten we de spoorsloot, slopen door de bosjes en zagen de koninklijke trein voor onze neus staan, maar ook de surveillerende marechaussee. We hadden ons doel bereikt en zouden de terugweg weer aanvaarden toen één van de jongens op een dooie tak trapte wat door de mareschaussee werd gehoord, die gelijk alarm sloeg. Wij gingen zo snel mogelijk terug, langs dezelfde weg, als waar we ook gekomen waren, achtervolgd door de mareschaussee, waaronder Alva. Of deze nu achter het prikkeldraad is blijven hangen, van de plank is afgegleden of dat de plank gebroken is, weten we niet, want we hadden geen tijd om achterom te kijken, maar Alva kwam in de spoorsloot terecht.

De volgende morgen vertrok de trein weer en aangenomen mag worden dat de koningin van het voorval niets vernomen heeft en Alva zal zich wel niet in zijn natte plunje aan haar getoond .

Er is in Zuidhorn nog lang gesproken over het feit dat ze de Koningin ”in hun midden” hebben gehad, zij het dan ook slechts voor één nacht en dan ook nog zonder haar gezien te hebben.

 

Overgenomen uit het boek “Herinneringen aan Zuidhorn” door J. de Wit