Familie Ronda

Familie Ronda

In de Kleine Frankrijkerlaan, waar nu het perceel Molenstraat 33 is. woonde indertijd de familie Ronda, bestaande uit de drie broers Ekke, Job en Jan en hun zuster Grietje. Zij exploiteerden samen een gemengd boerenbedrijfje. Het huis, waarin vader Ronda eerder een stelmakerij had, stond aan de Molenberg tussen het Sarriespad en de Nieuwstraat. Achter het huis een schuur met veestalling en een tuin welke doorliep tot aan de Jellemaweg. Op de plaats van de tuin is nu het bedrijf van de heer Brink. De standerdmolen waaraan de naam Molenberg is ontleend was er in die tijd al niet meer. Op die plek was toen de kruidenierswinkel van de familie Postema . Tegenover de Ronda ’s de bakkerij en schuur van Haaksema met in de hoek van de schuur en bakkerij een oude lindeboom . De woonkamer van de Ronda’s was 50 jaar geleden ingericht als 50 jaar daarvoor.

De vloer bestrooid met zand, een hele grote open haard met een grote schouw daarboven. Voor de open haard langs een ijzeren hekje. Aan een ketting boven het vuur een ijzeren ketel of pot, zwart van de rook. Een grote ronde tafel in het midden van de kamer , waaraan we Ekke en Grietje meestal zagen zitten als we naar binnen gluurden . Job, aan die de taak van het aardappelschillen was toebedeeld, dikwijls op een knoptoel voor de open haard met een bakje aardappelen op zijn knieen, een emmer naast zijn stoel en zijn voeten op het hekje. Ekke zat  dikwijls te lezen of voor te lezen uit wat we veronderstelden de bijbel zou zijn, gezien de omvang van het boek. Rkke en Job’ ”dreven” de boerderij. Jan werkte wel bij andere boeren, o.a. bij boer Staal in ’t Zuiden (het zuiden ) van Zuidhorn. De landerijen van de Ronda’s lagen aan de buitenkant van het dorp. Indien de Fanerweg 60 jaar eerder aangelegd zou zijn dan zouden ze al hun land ineens kwijt geweest zijn. Een paar stukken groenland lagen zuid-westelijk van de ”Westerburcht” en het bouwland lag tussen de Holtweg en het verlengde van de Kikkerstraat. In die tijd liep er een paadje van de Kikker straat naar de Klinckemaburen achter de tuin van huize “Klinckema” langs. De toegang naar het groenland liep vanaf de Jellemaweg, waar nu het perceel no. 55 is, langs Jan Drenth’s gracht (ons zwembad) over het land van Jonas en Roosje lsraëls. Deze hadden een boerderij tussen de Jellemaweg en de Schoolstraat, waar nu het transportbedrijf van Henk Boerema is. De Ronda’s hadden geen paarden en wagens. Als de koeien op stal stonden bracht Job de gier met een kruiwagen naar het bouwland aan de Holtweg. Voor het vervoer van de vaste mest werd één van de voerlieden Drenth of van der Velde ingeschakeld.

Als de koeien in het land liepen zag men twee maal per dag Ekke en Job naar het melkland gaan. leder had een juk op zijn schouders, waaraan 2 houten emmers, welke van binnen rood en van buiten groen geschilderd waren, met aan de buitenkant zwart geverfde hoepels. In deze tijd zouden ze beslist doelwit zijn voor menig foto- of filmapparaat. Wat werden deze beide broers veel geplaagd door de jeugd, en waarom eigenlijk? Ze deden geen mens kwaad. Mogelijk doordat hun levenspatroon anders was dan die van de overige bewoners. Als Ekke en/of Job in aantocht waren naar het melkland dan ging het: ”Kont, kont”. Bii het horen van die woorden werden ze woest.

.4ls Job naar het land ging met een kruiwagen vol gier dan werd van achter een heg een pol gras in de kruiwagen geplonsd. met alle gevolgen van dien. Vanuit de oude  lindeboom werd ”ruitje getikt” Attributen een naald, een steentje of een moertje en een klokje garen, waarvoor het naaimandje van één der moeders goed was. Tijdens  het eten werden de tabakspruimen op een vensterbanken naast de voordeur gelegd. Van het verwisselen van de pruimen vernamen de Ronda’s niets. Het bestrooien met peper had meer succes. Toch waren de Ronda’s niet haatdragend. Ze vroegen een aantal jongens voor hooi trappen. bonen of aardappelen poten en dat behoefde niet voor niets. Als we hielpen met poten en Grietje kwam met haar mandje met koffie en koek dan was er ook voor ons bii . Job en Jan hadden dikwijls ruzie en dan bleef het vaak niet alleen bij woorden. Hein en ik waren eens gevraagd te helpen met bonen poten. Ekke en Job gaten steken. Hein en ik de bonen er in gooien en Jan er achter aan om de gaten weer dicht te maken met een houw. We stonden dus tussen de beide broers in. Toen op een gegeven moment ze elkaar met pompstok en houw te lijf gingen werd het ons te benauwd en zijn we aan de haal gegaan . Ondanks dat bracht Job ons een dag later toch nog een kwartje , zijn de een halve dag ”loon ” . Ik kreeg eens een stuiver “smartegeld” toen Job zijn bekl ag bij mijn moeder deed en ik een paar beste oorvijgen kreeg in zijn bijzijn. Dit vond hij weer te erg. In betrekkelijk korte tijd zijn de Ronda’s uit Zuidhorn verdwenen. Grietje overleed aan een hartverlamming, nadat een bal door een ruit getrapt was. Er werd op de molenberg nogal eens gevoetbald. Jan overleed in een ziekenhuis te Groningen en zeer kort daarna ging Job naar de psychiatrische  inrichting Beileroord . Ekke bleef nog een tijd alleen wonen in het huis . Ook hij werd uiteindelijk opgenomen in een inrichting. Aan het Sarriespad stond indertijd het huisje van familie van der Sluis. Dit was oorspronkelijk de Sarrieshut. Sarries waren kommiezen, die toezicht moesten houden op de molen toen er een belasting op het gemaal was.

Een Sarrieshut vond men dan ook meestal aan de voet van een molen zoals hier het geval was . Men kan dit ook zien in Garnwerd. Hier staat de sarrieshut tegenover de  prachtig gerestaureerde korenmolen en is als zodanig aangeduid