Het nieuws

Het nieuws

Hoe stond het in die jaren met de nieuwsberichtgeving? Dit geschiedde middels dag- en weekbladen. Voor Zuidhorn waren dit o.a het Nieuwsblad van het Noorden, de Provinciale Groninger Courant en de Nieuwe Procinciale Groninger Courant. Laatstgenoemde werd meestal de “Haankrant” genoemd, naar de uitgever Jan Haan. Als weekblad was er de Leekster Courant, in de wandel “Het Bokkeblad” genoemd. Verder was er nog “Het Noorden in Woord en Beeld” aangeduid als geïllustreerd familieweekblad voor Groningen en Noord-Drenthe. De provinciale Groninger Courant werd later overgenomen door het Nieuwsblad van het Noorden, en de Nieuwe Procinciale Groninger Courant door het dagblad Trouw. Voor het landelijk nieuws was Het Nieuwsblad van het Noorden wel het meest gelezen dagblad, de Leekster Courant het meest gelezen weekblad. Zij was gericht op het Westerkwartier en Noordenveld. In de twintiger jaren bestond de hele krant uit één blad (4 pagina’s) en de inhoud bestond uit wat regionaal nieuws, doch hoofdzakelijk uit advertenties, aankondigingen van dansgelegenheden en aanbiedingen van schapen, biggen en geiten en vanwege dit laatste komt de naam “Bokkeblad”. Het krantje werd wel gewaardeerd, want ze werd zeker in 90% van de gezinnen gelezen. (momenteel verschijnt ze wekelijks met zo’n 28-30 pagina’s)

Het Noorden in Woord en Beeld was een zeer gezellig weekblad met veel illustraties van gebeurtenissen in stad en provincie Groningen en Noord Drenthe. In 1926 was de abonnementsprijs 12 ½  cent per week of f 1,62 ½  per kwartaal. Het werd in vrij veel gezinnen gelezen. Het dagelijks dorpsnieuws werd door de “stoetvrouwen”aangebracht.

Hoe stond het met de bezorging van de kranten? Ik wil mij hier beperken tot het Nieuwsblad van het Noorden, waarvan de bezorging jarenlang in handen was van de familie Evert Kapma.

De thans 82-jarige, in Groningen wonende Hendrik Kapma, vertelde mij hieromtrent het volgende:

 

Tegenwoordig komt er in ieder gezin een dagblad maar zo was het vroeger niet. In de beginperiode van de krant bracht de oude Jan Hazewinkel deze zelf, op de fiets, vanuit Groningen naar Zuidhorn. Het pakket was toen niet zo groot, want alleen gegoede mensen lazen een krant. Voor een arbeider was de krant te duur, maar bovendien had deze ook geen tijd om te lezen, want er werd in die tijd doorgaans gewerkt van zonsopgang tot zonsondergang. Door verandering van de tijd werd het aantal abonnees steeds groter en werd er een agentschap ingesteld voor Zuid- en Noordhorn. Mijn vader behield de bezorging voor Zuidhorn. De kranten kwamen toen per trein, welke om vijf uur in Zuidhorn arriveerde. Moeder ‘deed’ het dorp en ik had de bezorging van de Gast en de Boslaan. Ik wat toen zo ongeveer 12-13 jaar en ging vanaf het station door de tuin van “Arnichem” om mijn eerste krant af te leveren aan Kornelis Smit, de bewoner van “Arnichem”. De tweede klant woonde tegenover Bolts laan. Het was de familie Barkmeijer. Dan ging ik in noordelijke richting om de Gast af te werken en via Geeske’s Gastema’s reed en Boslaan ging ik weer op huis aan. Behalve het Nieuwsblad van het Noorden moest ik op de Gast ook nog 14 exemplaren Provinciale Groninger Courant bezorgen. Ik zou nu nog wel de namen van alle Abonnee’s uit die tijd kunnen noemen. Dat waren plm, 120 stuks. Ik was er al vroeg bij met de krantenbezorging. Nauwelijks 5 jaar oud hielp ik mijn zus Hendrikje al met de bezorging in het dorp. De krantenbezorging kon ook wel eens pijnlijk of schadelijk zijn. Zo beet de hond van Kornelis Smit op “Arnichem” mij eens een lap uit mijn broek, maar ik kreeg f 10,- van meneer Smit voor een nieuwe broek. Hetzelfde deed de hond van de gebroeders Auwema aan de Boslaan maar hier kreeg ik geen schadevergoeding. De huishoudster Berendje “kramde” mijn broek weer wat aan elkaar.

Voor de hond van Heeringa op villa “Vredelust’ waren we ook bang. Als je de krant door de brievenbus duwde, trachtte de hond je in de vingers te bijten. Toen ik eens vergeten had een krant in de bus te doen bij de steenhouwer-huisschilder Koiter draaide hij mij zowat een oor van het hoofd, zodat ik het uitgilde van de pijn. Hij veronderstelde dat ik hem nu wel niet meer vergeten zou in het vervolg. Aldus Hendrik Kapma

Tot slot nog een krantenberichtje uit de twintiger jaren, namelijk één uit de Provinciale Groninger Courant van zaterdag 15 april 1922, luidende als volgt:

Boeldag te Zuidhorn op vrijdag 28 april 1922 ten verzoeke van J.R. Aukema, van o.a.5 stamboekpaarden, 3 éénjarige volbloedstieren, voorts 6-persoons Braeck, elegante dogcart op gummi plus tuig. Verder huismeubels en boerengereedschap. Posten tot f 25,- contant, overigens 3 maanden krediet, mits bekende en solide borgen. Tweede veiling cafe Bennema. B.W. Drenth, Notaris, Zuidhorn

 

Overgenomen uit Herinneringen aan Zuidhorn, geschreven door dhr J. de Wit